NEDERLANDS
🇳🇱
  • Boete(de)
    Zelfstandig naamwoordgeldstraf boetedoening
  • Boeten
    Werkwoordlijden of geld betalen voor een

Boete

  • deboete

    Zelfstandig naamwoord

    geldstraf; boetedoening

    1. geldstraf

      Een bedrag dat je moet betalen omdat je een wet of regel hebt overtreden.

      Ik kreeg een boete omdat ik te hard reed.

    2. boetedoening

      Een straf of handeling om iets foutgoed te maken, vaak moreel of religieus bedoeld.

      Na de fout deed hij boete door het publiek zijn excuses aan te bieden.

    een boete krijgenboete betaleniemand een boete opleggenverkeersboetehoge boete
  • boeten

    Werkwoord

    lijden of (geld) betalen voor een fout of overtreding

    1. lijden

      Nadeel of straf ondervinden omdat je iets fout hebt gedaan; de gevolgen dragen.

      Hij boet nu voor zijn fouten.

    2. geldboete

      Een geldbedrag betalen omdat je regels of wetten hebt overtreden.

      De automobilist boet 100 euro voor te hard rijden.

    boeten voor ietshard boetenzwaar boetenboeten voor een overtreding

Blijf leren