NEDERLANDS
🇳🇱

    Bonzende

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord; adjectief

    • bonzen

      Werkwoord/'bɔnzən; 'bɔnzə/

      infinitief

      bonzen

      tegenwoordige tijd

      bonsbonstbonzen

      verleden tijd

      bonsdebonsden

      tegenwoordig deelwoord

      bonzendbonzende
    • bonzend

      Bijvoeglijk naamwoord/'bɔnzənt/

      stellende trap

      bonzendbonzendebonzends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren