Bootte
deboot
Zelfstandig naamwoordvaartuig voor water
- vaartuig voor vervoer over water, groter dan een roeiboot maar kleiner dan een schipIk vaar graag op het kanaal.
- klein vaartuig, vaak zonder motor, zoals een roeiboot of kanoDe roeiboot ligt aan de kant van het meer.
- deel van een kledingstuk dat over de voet gaat (informeel)Mijn kleding heeft een gat bij mijn tenen.
- waterdichte bak of container, bijvoorbeeld voor het opvangen van waterIk heb een boot onder de kraan gezet.
booten
Werkwoordstarten computer
- een boot besturen of varen met een bootIk vaar graag op het kanaal.
- nabootsen of imiteren van iets of iemand, vaak op een spottende manierDe komiek imiteert de koning tijdens zijn show.
- een bepaalde handeling of beweging uitvoeren met een boot, zoals aanleggen of afmerenDe schipper manoeuvreert de boot langzaam naar de steiger.
deboot
Zelfstandig naamwoordschoeisel voor voet
- vaartuig voor vervoer over water, groter dan een roeiboot maar kleiner dan een schipHet vervoer over de rivier is erg populair in de zomer.
- klein vaartuig dat met roeispanen of een motor wordt voortbewogenDe roeiboot ligt aan de kant van het meer.
- waterdichte, rubberen of opblaasbare boot, vaak gebruikt voor reddingsdoeleindenDe reddingsboot ligt klaar op het dek.
- (informeel) auto, vooral als deze groot of opvallend isDie auto van hem is echt enorm!
deboot
Zelfstandig naamwoorddeel van been
- vaartuig voor vervoer over water, groter dan een roeiboot maar kleiner dan een schipIk vaar graag op het kanaal.
- klein vaartuig, vaak zonder motor, zoals een roeiboot of kanoDe roeiboot ligt aan de kant van het meer.
- deel van een schoen dat de voet omhult, met name het gedeelte rond de tenenMijn schoen heeft een stevige boot.
- luchtballon of het mandgedeelte van een luchtballonDe luchtballon stijgt langzaam op.
boten
Werkwoordstarten computer meervoud
- met een boot varen of reizenIk vaar elke ochtend met de pont naar mijn werk.
- een boot besturen of ermee omgaanIk bestuur een kleine boot op het meer.
- een boot gebruiken voor recreatie of sportIk doe graag aan recreatie op het water.
boten
Werkwoordvorm van boten
- met een boot varen, een tocht maken over het waterIk vaar graag op het kanaal.
- een boot besturen of ermee omgaanIk bestuur graag een boot op het meer.
- per boot vervoerd worden (passief gebruik)De kisten worden per boot vervoerd naar de haven.