NEDERLANDS
🇳🇱

    Bouwput

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de bouwput

      Zelfstandig naamwoord/'bɔupʏt/

      enkelvoud

      bouwputbouwputje

      meervoud

      bouwputtenbouwputjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren