NEDERLANDS
🇳🇱

    Brei

    uncommonZipf 2.8

    breiwerk; handwerken

    • de brei

      Zelfstandig naamwoord/'brɛɪ/

      breiwerk

      enkelvoud

      brei

      meervoud

      breien
    • breien

      Werkwoord/'brɛɪjən; 'brɛɪjə/

      handwerken

      infinitief

      breien

      tegenwoordige tijd

      breibreitbreien

      verleden tijd

      breidebreiden

      tegenwoordig deelwoord

      breiendbreiende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.