NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Uitbreiden
    Werkwoordvergroten of uitbreiden

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Uitbreiden
    Werkwoordvergroten of uitbreiden
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Breidde uit
WoordenboekBreidde uit

Breidde uit

  • uitbreiden

    Werkwoord

    vergroten of uitbreiden

    1. vergroten in omvang, aantal of reikwijdteWe willen ons klantenbestand vergroten.
    2. meer informatie of detail toevoegenDe leerling voegde meer informatie toe aan zijn verslag.
    3. verbreden in een bepaalde contextDe gemeente verbreedt de straat voor meer veiligheid.
    4. de tijd of gelegenheid vergroten voor ietsWe hebben de gelegenheid om meer tijd te geven voor deze taak.

Verwante woorden

breidden uitbreiden uitbreide uitbreidt uitbreid uituitbreiduitbreiddeuitbreiddenuitbreideuitbreidenuitbreidenduitbreidendeuitbreidtuitgebreid

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen