NEDERLANDS
🇳🇱

    Brokkelen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • brokkelen

      Werkwoord/'brɔkələn; 'brɔkələ/

      infinitief

      brokkelen

      tegenwoordige tijd

      brokkelbrokkeltbrokkelen

      verleden tijd

      brokkeldebrokkelden

      tegenwoordig deelwoord

      brokkelendbrokkelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren