NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Bruinen
    Werkwoordbruin worden door zon
  • 22Bruin(het)
    Zelfstandig naamwoordde kleur bruin
  • 33Bruin
    Bijvoeglijk naamwoordkleur tussen rood en zwart

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Bruinen
    Werkwoordbruin worden door zon
  • 22Bruin(het)
    Zelfstandig naamwoordde kleur bruin
  • 33Bruin
    Bijvoeglijk naamwoordkleur tussen rood en zwart
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Bruin
WoordenboekBruin

Bruin

  • bruinen

    Werkwoord

    bruin worden door zon

    1. Een bruine huid krijgen door de zon.Hij bruint snel, ook als het bewolkt is.
    2. Iets in een pan laten bakken tot het bruin is.Bruin de kip aan beide kanten voordat je de saus toevoegt.
  • hetbruin

    Zelfstandig naamwoord

    de kleur bruin

    1. De kleur bruin als zelfstandig begrip.Dit jaar is bruin weer helemaal in de mode.
  • bruin

    Bijvoeglijk naamwoord

    kleur tussen rood en zwart

    1. Van de kleur van chocolade, koffie of aarde.De tafel is van bruin hout.
    2. Met een donkere huidskleur door de zon.Mijn armen zijn lekker bruin geworden op vakantie.
    3. Gebakken of geroosterd tot een donkere kleur.Het brood is lekker goudbruin gebakken.

Blijf leren

Meer A1-woordenOefenen