NEDERLANDS
🇳🇱

    Bubbelt

    uncommonZipf 2.1

    dansen; bellen vormen; bobbels hebben

    • bubbelen

      Werkwoord/'bɑbələn; 'bɑbələ/

      dansen

      infinitief

      bubbelen

      tegenwoordige tijd

      bubbelbubbeltbubbelen

      verleden tijd

      bubbeldebubbelden

      tegenwoordig deelwoord

      bubbelendbubbelende
    • bubbelen

      Werkwoord/'bʏbələn; 'bʏbələ/

      bellen vormen; bobbels hebben

      infinitief

      bubbelen

      tegenwoordige tijd

      bubbelbubbeltbubbelen

      verleden tijd

      bubbeldebubbelden

      tegenwoordig deelwoord

      bubbelendbubbelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren