NEDERLANDS
🇳🇱

    Buffelen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • buffelen

      Werkwoord/'bʏfələn; 'bʏfələ/

      infinitief

      buffelen

      tegenwoordige tijd

      buffelbuffeltbuffelen

      verleden tijd

      buffeldebuffelden

      tegenwoordig deelwoord

      buffelendbuffelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren