Buit
A2top5000Zipf 4.0
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de buit
Zelfstandig naamwoord/'bœyt/enkelvoud
buitbuien
Werkwoord/'bœyjən; 'bœywən; 'bœyjə; 'bœywə/infinitief
buientegenwoordige tijd
buitverleden tijd
buidevoltooid deelwoord
gebuid
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.