NEDERLANDS
🇳🇱

    Buit

    A2top5000Zipf 4.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de buit

      Zelfstandig naamwoord/'bœyt/

      enkelvoud

      buit
    • buien

      Werkwoord/'bœyjən; 'bœywən; 'bœyjə; 'bœywə/

      infinitief

      buien

      tegenwoordige tijd

      buit

      verleden tijd

      buide

      voltooid deelwoord

      gebuid

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.