NEDERLANDS
🇳🇱

    Buitelen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • buitelen

      Werkwoord/'bœytələn; 'bœytələ/

      infinitief

      buitelen

      tegenwoordige tijd

      buitelbuiteltbuitelen

      verleden tijd

      buiteldebuitelden

      tegenwoordig deelwoord

      buitelendbuitelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren