NEDERLANDS
🇳🇱

    Buitengaan

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • buitengaan

      Werkwoord/'bœytənɣan; 'bœytəɣan/

      infinitief

      buitengaan

      tegenwoordige tijd

      ga buitenbuitengagaat buitenbuitengaatgaan buitenbuitengaan

      verleden tijd

      ging buitenbuitenginggingen buitenbuitengingen

      tegenwoordig deelwoord

      buitengaandbuitengaande

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren