NEDERLANDS
🇳🇱

    Buitgemaakt

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • buitmaken

      Werkwoord/'bœytmakən; 'bœytmakə/

      infinitief

      buitmaken

      tegenwoordige tijd

      maak buitbuitmaakmaakt buitbuitmaaktmaken buitbuitmaken

      verleden tijd

      maakte buitbuitmaaktemaakten buitbuitmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      buitmakendbuitmakende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.