NEDERLANDS
🇳🇱

    Buldert

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • bulderen

      Werkwoord/'bʏldərən; 'bʏldərə/

      infinitief

      bulderen

      tegenwoordige tijd

      bulderbuldertbulderen

      verleden tijd

      bulderdebulderden

      tegenwoordig deelwoord

      bulderendbulderende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren