Bulk
uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de bulk
Zelfstandig naamwoord/'bʏlk/enkelvoud
bulkbulken
Werkwoord/'bʏlkən; 'bʏlkə/infinitief
bulkentegenwoordige tijd
bulkbulktbulkenverleden tijd
bulktebulktentegenwoordig deelwoord
bulkendbulkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.