NEDERLANDS
🇳🇱

    Bulkt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bulken

      Werkwoord/'bʏlkən; 'bʏlkə/

      infinitief

      bulken

      tegenwoordige tijd

      bulkbulktbulken

      verleden tijd

      bulktebulkten

      tegenwoordig deelwoord

      bulkendbulkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren