NEDERLANDS
🇳🇱

    Bulldozer

    C1commonZipf 3.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de bulldozer

      Zelfstandig naamwoord/'buldozər; 'bʏldozər/

      enkelvoud

      bulldozerbulldozertje

      meervoud

      bulldozersbulldozertjes
    • bulldozeren

      Werkwoord/'buldozərən; 'bʏldozərən; 'buldozərə; 'bʏldozərə/

      infinitief

      bulldozeren

      tegenwoordige tijd

      bulldozerbulldozertbulldozeren

      verleden tijd

      bulldozerdebulldozerden

      tegenwoordig deelwoord

      bulldozerendbulldozerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren