Bult
B1commonZipf 3.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de bult
Zelfstandig naamwoord/'bʏlt/enkelvoud
bultbultjemeervoud
bultenbultjesbulten
Werkwoord/'bʏltən; 'bʏltə/infinitief
bultentegenwoordige tijd
bultbultenverleden tijd
bulttebulttentegenwoordig deelwoord
bultendbultende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.