NEDERLANDS
🇳🇱

    Buut

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het buut

      Zelfstandig naamwoord/'byt/

      enkelvoud

      buutbuutje

      meervoud

      butenbuutjes
    • buten

      Werkwoord/'bytən; 'bytə/

      infinitief

      buten

      tegenwoordige tijd

      buutbuten

      verleden tijd

      buuttebuutten

      tegenwoordig deelwoord

      butendbutende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren