NEDERLANDS
🇳🇱
🇬🇧 English
🇩🇪 Deutsch
🇨🇳 中文
🇳🇱 Nederlands
🇺🇦 Українська
🇹🇷 Türkçe
🇪🇸 Español
🇬🇧 English
🇩🇪 Deutsch
🇨🇳 中文
🇳🇱 Nederlands
🇺🇦 Українська
🇹🇷 Türkçe
🇪🇸 Español
1
1
Camper
(de)
Zelfstandig naamwoord
reiswagen of voertuig
NEDERLANDS
/
Woordenboek
/
Camper
Woordenboek
Camper
Camper
Een camper is een voertuig dat gebruikt wordt voor het reizen en kamperen.
de
camper
Zelfstandig naamwoord
reiswagen of voertuig
een voertuig dat is ingericht om in te wonen of te kamperen
De camper staat altijd klaar voor een weekendje weg.
een type vakantiehuis op wielen
De accommodatie heeft een comfortabel bed.
diminutief van 'camper', een klein of schattig voertuig
Het klein campertje staat op de oprit.
Verwante woorden
campers