Clean
clean
Bijvoeglijk naamwoordschoon; strak (geleend woord)
schoon
Zonder vuil of rommel; netjes.
Na het schoonmaken was de vloer clean.
strak/modern
Strak, eenvoudig en professioneel van uiterlijk, zonder overbodige details.
Het nieuwe logo is clean en herkenbaar.
clean designclean uitstralingclean werkenclean geschorencleanen
Werkwoordschoonmaken / opruimen (vaak informeel)
schoonmaken
cleanen: iets fysiek schoonmaken of opruimen, bijvoorbeeld een kamer, apparaat of tafel.
Ik ga vanmiddag de keuken cleanen.
opschonen (gegevens/systeem)
cleanen: onnodige of foutieve bestanden, e-mails of accounts verwijderen om iets op te ruimen of te herstellen.
De IT-afdeling moet deze week alle oude accounts cleanen.
accounts cleanendata cleaneninbox cleanensysteem cleanen