NEDERLANDS
🇳🇱

    Cohorten

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de/het cohort

      Zelfstandig naamwoord/ko'hɔrt/

      enkelvoud

      cohort

      meervoud

      cohorten
    • de cohorte

      Zelfstandig naamwoord/ko'hɔrtə/

      enkelvoud

      cohorte

      meervoud

      cohorten

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.