NEDERLANDS
🇳🇱

    Confronterend

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • confronteren

      Werkwoord/kɔnfrɔn'terən; kɔnfrɔn'terə/

      infinitief

      confronteren

      tegenwoordige tijd

      confronteerconfronteertconfronteren

      verleden tijd

      confronteerdeconfronteerden

      tegenwoordig deelwoord

      confronterendconfronterende
    • confronterend

      Bijvoeglijk naamwoord/kɔnfrɔn'terənt/

      stellende trap

      confronterendconfronterendeconfronterends

      vergrotende trap

      confronterenderconfronterendereconfronterenders

      overtreffende trap

      confronterendstconfronterendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren