NEDERLANDS
🇳🇱

    Convoceren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • convoceren

      Werkwoord/kɔnvo'serən; kɔnvo'serə/

      infinitief

      convoceren

      tegenwoordige tijd

      convoceerconvoceertconvoceren

      verleden tijd

      convoceerdeconvoceerden

      tegenwoordig deelwoord

      convocerendconvocerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren