NEDERLANDS
🇳🇱

    Dinsdags

    uncommonZipf 2.4

    adjectief; bijwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • dinsdags

      Bijvoeglijk naamwoord/'dɪnzdɑxs/

      /zaterdag-of-op-zaterdag-of-s-zaterdags,/zaterdags-of-s-zaterdags

      stellende trap

      dinsdagsdinsdagse
    • dinsdags

      Bijwoord/'dɪnzdɑxs/

      ~

      dinsdags
    • de dinsdag

      Zelfstandig naamwoord/'dɪnzdɑx/

      enkelvoud

      dinsdag

      meervoud

      dinsdagen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren