NEDERLANDS
🇳🇱

    Dip

    B1commonZipf 3.0

    inzinking; dipsaus; indopen

    • de dip

      Zelfstandig naamwoord/'dɪp/

      inzinking

      enkelvoud

      dipdipje

      meervoud

      dipsdipjes
    • de dip

      Zelfstandig naamwoord/'dɪp/

      dipsaus

      enkelvoud

      dipdipje

      meervoud

      dippendipjes
    • dippen

      Werkwoord/'dɪpən; 'dɪpə/

      indopen

      infinitief

      dippen

      tegenwoordige tijd

      dipdiptdippen

      verleden tijd

      diptedipten

      tegenwoordig deelwoord

      dippenddippende
    • dippen

      Werkwoord/'dɪpən; 'dɪpə/

      een daling vertonen

      infinitief

      dippen

      tegenwoordige tijd

      dipdiptdippen

      verleden tijd

      diptedipten

      tegenwoordig deelwoord

      dippenddippende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren