NEDERLANDS
🇳🇱

    Dispatch

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de dispatch

      Zelfstandig naamwoord/dɪs'pɛtʃ/

      enkelvoud

      dispatch

      meervoud

      dispatches
    • dispatchen

      Werkwoord/dɪs'pɛtʃən; dɪs'pɛtʃə/

      infinitief

      dispatchen

      tegenwoordige tijd

      dispatchdispatchtdispatchen

      verleden tijd

      dispatchtedispatchten

      tegenwoordig deelwoord

      dispatchenddispatchende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren