NEDERLANDS
🇳🇱

    Doezel

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; dun uitwrijven; dommelen

    • de doezel

      Zelfstandig naamwoord/'duzəl/

      enkelvoud

      doezel

      meervoud

      doezels
    • doezelen

      Werkwoord/'duzələn; 'duzələ/

      dun uitwrijven

      infinitief

      doezelen

      tegenwoordige tijd

      doezeldoezeltdoezelen

      verleden tijd

      doezeldedoezelden

      tegenwoordig deelwoord

      doezelenddoezelende
    • doezelen

      Werkwoord/'duzələn; 'duzələ/

      dommelen

      infinitief

      doezelen

      tegenwoordige tijd

      doezeldoezeltdoezelen

      verleden tijd

      doezeldedoezelden

      tegenwoordig deelwoord

      doezelenddoezelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren