NEDERLANDS
🇳🇱

    Donderdags

    uncommonZipf 2.7

    adjectief; bijwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • donderdags

      Bijvoeglijk naamwoord/'dɔndərdɑxs/

      /zaterdag-of-op-zaterdag-of-s-zaterdags,/zaterdags-of-s-zaterdags

      stellende trap

      donderdagsdonderdagse
    • donderdags

      Bijwoord/'dɔndərdɑxs/

      ~

      donderdags
    • de donderdag

      Zelfstandig naamwoord/'dɔndərdɑx/

      enkelvoud

      donderdag

      meervoud

      donderdagen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.