Donderdags
uncommonZipf 2.7
adjectief; bijwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
donderdags
Bijvoeglijk naamwoord/'dɔndərdɑxs//zaterdag-of-op-zaterdag-of-s-zaterdags,/zaterdags-of-s-zaterdags
stellende trap
donderdagsdonderdagsedonderdags
Bijwoord/'dɔndərdɑxs/~
donderdagsde donderdag
Zelfstandig naamwoord/'dɔndərdɑx/enkelvoud
donderdagmeervoud
donderdagen
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.