NEDERLANDS
🇳🇱

    Donderende

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord; adjectief

    • donderen

      Werkwoord/'dɔndərən; 'dɔndərə/

      infinitief

      donderen

      tegenwoordige tijd

      donderdondertdonderen

      verleden tijd

      donderdedonderden

      tegenwoordig deelwoord

      donderenddonderende
    • donderend

      Bijvoeglijk naamwoord/'dɔndərənt/

      stellende trap

      donderenddonderendedonderends

      vergrotende trap

      donderenderdonderenderedonderenders

      overtreffende trap

      donderendstdonderendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren