Donderende
uncommonZipf 2.2
werkwoord; adjectief
donderen
Werkwoord/'dɔndərən; 'dɔndərə/infinitief
donderentegenwoordige tijd
donderdondertdonderenverleden tijd
donderdedonderdentegenwoordig deelwoord
donderenddonderendedonderend
Bijvoeglijk naamwoord/'dɔndərənt/stellende trap
donderenddonderendedonderendsvergrotende trap
donderenderdonderenderedonderendersovertreffende trap
donderendstdonderendste
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.