NEDERLANDS
🇳🇱

    Doodschrik

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de doodschrik

      Zelfstandig naamwoord/'dotsxrɪk/

      enkelvoud

      doodschrik

      meervoud

      doodschrikken
    • doodschrikken

      Werkwoord/'dotsxrɪkən; 'dotsxrɪkə/

      voltooid deelwoord

      doodgeschrokken

      gebiedende wijs

      schrik dood

      aanvoegende wijs

      schrikke dooddoodschrikke

      infinitief

      doodschrikken

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren