NEDERLANDS
🇳🇱

    Doorlopend

    uncommonZipf 2.7

    adjectief; afleggen; gaan door; verder lopen; doornemen; stuklopen

    • doorlopend

      Bijvoeglijk naamwoord/'dorlopənt/

      stellende trap

      doorlopenddoorlopendedoorlopends

      vergrotende trap

      doorlopenderdoorlopenderedoorlopenders

      overtreffende trap

      doorlopendstdoorlopendste
    • doorlopen

      Werkwoord/dor'lopən; dor'lopə/

      afleggen; gaan door

      infinitief

      doorlopen

      tegenwoordige tijd

      doorloopdoorlooptdoorlopen

      verleden tijd

      doorliepdoorliepen

      tegenwoordig deelwoord

      doorlopenddoorlopende
    • doorlopen

      Werkwoord/'dorlopən; 'dorlopə/

      verder lopen; doornemen; stuklopen

      infinitief

      doorlopen

      tegenwoordige tijd

      loop doordoorlooploopt doordoorlooptlopen doordoorlopen

      verleden tijd

      liep doordoorliepliepen doordoorliepen

      tegenwoordig deelwoord

      doorlopenddoorlopende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.