Doorlopend
uncommonZipf 2.7
adjectief; afleggen; gaan door; verder lopen; doornemen; stuklopen
doorlopend
Bijvoeglijk naamwoord/'dorlopənt/stellende trap
doorlopenddoorlopendedoorlopendsvergrotende trap
doorlopenderdoorlopenderedoorlopendersovertreffende trap
doorlopendstdoorlopendstedoorlopen
Werkwoord/dor'lopən; dor'lopə/afleggen; gaan door
infinitief
doorlopentegenwoordige tijd
doorloopdoorlooptdoorlopenverleden tijd
doorliepdoorliepentegenwoordig deelwoord
doorlopenddoorlopendedoorlopen
Werkwoord/'dorlopən; 'dorlopə/verder lopen; doornemen; stuklopen
infinitief
doorlopentegenwoordige tijd
loop doordoorlooploopt doordoorlooptlopen doordoorlopenverleden tijd
liep doordoorliepliepen doordoorliepentegenwoordig deelwoord
doorlopenddoorlopende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.