Doorreizen
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; bereizen; verder reizen
de doorreis
Zelfstandig naamwoord/'dorɛɪs/enkelvoud
doorreisdoorreisjemeervoud
doorreizendoorreisjesdoorreizen
Werkwoord/do'rɛɪzən; do'rɛɪzə/bereizen
infinitief
doorreizentegenwoordige tijd
doorreisdoorreistdoorreizenverleden tijd
doorreisdedoorreisdentegenwoordig deelwoord
doorreizenddoorreizendedoorreizen
Werkwoord/'dorɛɪzən; 'dorɛɪzə/verder reizen
infinitief
doorreizentegenwoordige tijd
reis doordoorreisreist doordoorreistreizen doordoorreizenverleden tijd
reisde doordoorreisdereisden doordoorreisdentegenwoordig deelwoord
doorreizenddoorreizende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.