Doorschieten
uncommonZipf 2.1
met een schot doorboren; verder schieten; door schieten openen of stukmaken
doorschieten
Werkwoord/dor'sxitən; dor'sxitə/met een schot doorboren
infinitief
doorschietentegenwoordige tijd
doorschietdoorschietenverleden tijd
doorschootdoorschotentegenwoordig deelwoord
doorschietenddoorschietendedoorschieten
Werkwoord/'dorsxitən; 'dorsxitə/verder schieten; door schieten openen of stukmaken
infinitief
doorschietentegenwoordige tijd
schiet doordoorschietschieten doordoorschietenverleden tijd
schoot doordoorschootschoten doordoorschotentegenwoordig deelwoord
doorschietenddoorschietende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.