NEDERLANDS
🇳🇱

    Doorspreken

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • doorspreken

      Werkwoord/'dorsprekən; 'dorsprekə/

      infinitief

      doorspreken

      tegenwoordige tijd

      spreek doordoorspreekspreekt doordoorspreektspreken doordoorspreken

      verleden tijd

      sprak doordoorsprakspraken doordoorspraken

      tegenwoordig deelwoord

      doorsprekenddoorsprekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren