NEDERLANDS
🇳🇱

    Doorvoeren

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; gaan door; werkwoord

    • de doorvoer

      Zelfstandig naamwoord/'dorvur/

      enkelvoud

      doorvoer

      meervoud

      doorvoeren
    • doorvaren

      Werkwoord/dor'varən; dor'varə/

      gaan door

      infinitief

      doorvaren

      tegenwoordige tijd

      doorvaartdoorvaren

      verleden tijd

      doorvoerdoorvoeren

      tegenwoordig deelwoord

      doorvarenddoorvarende
    • doorvoeren

      Werkwoord/'dorvurən; 'dorvurə/

      infinitief

      doorvoeren

      tegenwoordige tijd

      voer doordoorvoervoert doordoorvoertvoeren doordoorvoeren

      verleden tijd

      voerde doordoorvoerdevoerden doordoorvoerden

      tegenwoordig deelwoord

      doorvoerenddoorvoerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.