NEDERLANDS
🇳🇱

    Doorweekte

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • doorweken

      Werkwoord/dor'wekən; dor'wekə/

      infinitief

      doorweken

      tegenwoordige tijd

      doorweekdoorweektdoorweken

      verleden tijd

      doorweektedoorweekten

      tegenwoordig deelwoord

      doorwekenddoorwekende
    • doorweekt

      Bijvoeglijk naamwoord/dor'wekt/

      stellende trap

      doorweektdoorweektedoorweekts

      vergrotende trap

      doorweekterdoorweekteredoorweekters

      overtreffende trap

      doorweektstdoorweektste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren