Doorweekte
uncommonZipf 2.4
werkwoord; adjectief
doorweken
Werkwoord/dor'wekən; dor'wekə/infinitief
doorwekentegenwoordige tijd
doorweekdoorweektdoorwekenverleden tijd
doorweektedoorweektentegenwoordig deelwoord
doorwekenddoorwekendedoorweekt
Bijvoeglijk naamwoord/dor'wekt/stellende trap
doorweektdoorweektedoorweektsvergrotende trap
doorweekterdoorweekteredoorweektersovertreffende trap
doorweektstdoorweektste
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.