NEDERLANDS
🇳🇱

    Doorzagen

    uncommonZipf 2.5

    doorgronden; werkwoord; met het oog nalopen; verder zien

    • doorzien

      Werkwoord/dor'zin/

      doorgronden

      infinitief

      doorzien

      tegenwoordige tijd

      doorziedoorzietdoorzien

      verleden tijd

      doorzagdoorzagen

      tegenwoordig deelwoord

      doorzienddoorziende
    • doorzagen

      Werkwoord/'dorzaɣən; 'dorzaɣə/

      infinitief

      doorzagen

      tegenwoordige tijd

      zaag doordoorzaagzaagt doordoorzaagtzagen doordoorzagen

      verleden tijd

      zaagde doordoorzaagdezaagden doordoorzaagden

      tegenwoordig deelwoord

      doorzagenddoorzagende
    • doorzien

      Werkwoord/'dorzin/

      met het oog nalopen; verder zien

      infinitief

      doorzien

      tegenwoordige tijd

      zie doordoorzieziet doordoorzietzien doordoorzien

      verleden tijd

      zag doordoorzagzagen doordoorzagen

      tegenwoordig deelwoord

      doorzienddoorziende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren