NEDERLANDS
🇳🇱

    Dreutel

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de dreutel

      Zelfstandig naamwoord/'drøtəl/

      enkelvoud

      dreuteldreuteltje

      meervoud

      dreutelsdreuteltjes
    • dreutelen

      Werkwoord/'drøtələn; 'drøtələ/

      infinitief

      dreutelen

      tegenwoordige tijd

      dreuteldreuteltdreutelen

      verleden tijd

      dreuteldedreutelden

      tegenwoordig deelwoord

      dreutelenddreutelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren