NEDERLANDS
🇳🇱

    Dribbel

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de dribbel

      Zelfstandig naamwoord/'drɪbəl/

      enkelvoud

      dribbeldribbeltje

      meervoud

      dribbelsdribbeltjes
    • dribbelen

      Werkwoord/'drɪbələn; 'drɪbələ/

      infinitief

      dribbelen

      tegenwoordige tijd

      dribbeldribbeltdribbelen

      verleden tijd

      dribbeldedribbelden

      tegenwoordig deelwoord

      dribbelenddribbelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.