NEDERLANDS
🇳🇱

    Drommen

    uncommonZipf 2.6

    menigte; vezel; werkwoord

    • de drom

      Zelfstandig naamwoord/'drɔm/

      menigte

      enkelvoud

      drom

      meervoud

      drommen
    • de drom

      Zelfstandig naamwoord/'drɔm/

      vezel

      enkelvoud

      drom

      meervoud

      drommen
    • drommen

      Werkwoord/'drɔmən; 'drɔmə/

      infinitief

      drommen

      tegenwoordige tijd

      dromdromtdrommen

      verleden tijd

      dromdedromden

      tegenwoordig deelwoord

      drommenddrommende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren