NEDERLANDS
🇳🇱

    Druppen

    B1uncommonZipf 2.1

    druppel; werkwoord

    • de drup

      Zelfstandig naamwoord/'drʏp/

      druppel

      enkelvoud

      drupdrupje

      meervoud

      druppendrupjes
    • druppen

      Werkwoord/'drʏpən; 'drʏpə/

      infinitief

      druppen

      tegenwoordige tijd

      drupdruptdruppen

      verleden tijd

      druptedrupten

      tegenwoordig deelwoord

      druppenddruppende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.