Druppen
B1uncommonZipf 2.1
druppel; werkwoord
de drup
Zelfstandig naamwoord/'drʏp/druppel
enkelvoud
drupdrupjemeervoud
druppendrupjesdruppen
Werkwoord/'drʏpən; 'drʏpə/infinitief
druppentegenwoordige tijd
drupdruptdruppenverleden tijd
druptedruptentegenwoordig deelwoord
druppenddruppende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.