NEDERLANDS
🇳🇱

    Dwalen

    B1commonZipf 3.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de dwaal

      Zelfstandig naamwoord/'dwal/

      enkelvoud

      dwaal

      meervoud

      dwalen
    • dwalen

      Werkwoord/'dwalən; 'dwalə/

      infinitief

      dwalen

      tegenwoordige tijd

      dwaaldwaaltdwalen

      verleden tijd

      dwaaldedwaalden

      tegenwoordig deelwoord

      dwalenddwalende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.