NEDERLANDS
🇳🇱

    Eencellige

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; adjectief

    • de eencellige

      Zelfstandig naamwoord/en'sɛləɣə/

      enkelvoud

      eencellige

      meervoud

      eencelligen
    • eencellig

      Bijvoeglijk naamwoord/'ensɛləx; en'sɛləx/

      stellende trap

      eencelligeencelligeeencelligs

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren