NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Exit(de)
    Zelfstandig naamwoordvertrek of uitgang
  • 22Exit
    Bijwoordbuiten of weg

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Exit(de)
    Zelfstandig naamwoordvertrek of uitgang
  • 22Exit
    Bijwoordbuiten of weg
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Exit
WoordenboekExit

Exit

  • deexit

    Zelfstandig naamwoord

    vertrek of uitgang

    1. uitgang van een gebouw of ruimteDe uitgang is goed zichtbaar vanuit de lobby.
    2. het verlaten van een situatie, bijvoorbeeld tijdens een discussie of vergaderingHij besloot de vergadering te verlaten toen het onderwerp te veel spanning veroorzaakte.
    3. afsluiten van een programma of een systeem op een apparaatJe moet het programma afsluiten voordat je de computer uitzet.
  • exit

    Bijwoord

    buiten of weg

    1. uitgang, vooral van een gebouw of ruimteDe uitgang is rechts van de trap.
    2. de handeling van het verlaten van een plaatsIk heb het gebouw verlaten.

Verwante woorden

exits

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen