NEDERLANDS
🇳🇱

    Extrapoleren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • extrapoleren

      Werkwoord/ɛkstrapo'lerən; ɛkstrapo'lerə/

      infinitief

      extrapoleren

      tegenwoordige tijd

      extrapoleerextrapoleertextrapoleren

      verleden tijd

      extrapoleerdeextrapoleerden

      tegenwoordig deelwoord

      extrapolerendextrapolerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren