NEDERLANDS
🇳🇱

    Föhn

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de föhn

      Zelfstandig naamwoord/'føn/

      enkelvoud

      föhn

      meervoud

      föhns
    • föhnen

      Werkwoord/'fønən; 'fønə/

      infinitief

      föhnen

      tegenwoordige tijd

      föhnföhntföhnen

      verleden tijd

      föhndeföhnden

      tegenwoordig deelwoord

      föhnendföhnende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.