NEDERLANDS
🇳🇱

    Fabel

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de fabel

      Zelfstandig naamwoord/'fabəl/

      enkelvoud

      fabelfabeltje

      meervoud

      fabelenfabelsfabeltjes
    • fabelen

      Werkwoord/'fabələn; 'fabələ/

      infinitief

      fabelen

      tegenwoordige tijd

      fabelfabeltfabelen

      verleden tijd

      fabeldefabelden

      tegenwoordig deelwoord

      fabelendfabelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.