NEDERLANDS
🇳🇱

    Faciliteren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • faciliteren

      Werkwoord/fasili'terən; fasili'terə/

      infinitief

      faciliteren

      tegenwoordige tijd

      faciliteerfaciliteertfaciliteren

      verleden tijd

      faciliteerdefaciliteerden

      tegenwoordig deelwoord

      faciliterendfaciliterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren